BEL ME TERUG OF BEL 088 - 2450000 | Contact
Referenties
MB_1.jpgHoogveld_1.jpgDura-vermeer.jpgDJI.jpgBAM.jpgAB.jpgEnexis.jpgLogo Ce-EsterVolvo fabriek Gent IngeniumLogo VDV InspectiesLogo Brandweer TwenteLogo PostNL IngeniumLogo Kaercher IngeniumLogo Spie IngeniumLogo AldiLogo Ministerie van DefensieLogo DamenLogo Deventer ZiekenhuisLogo MennensLogo KentechLogo DAF TrucksDe Keurexpert

Basis Inspectiemodule Arbeidsinspectie

Logo Inspectie SZW Ingenium

Basis Inspectiemodule Arbeidsmiddelen

De volgende inspectievragen zijn opgenomen in de interne instructie van de Inspectie SZW/Arbeidsinspectie.

“Deze Basis Inspectie Module (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de techniek en is geschreven voor intern gebruik bij de Inspectie SZW. Verder is de in deze BIM beschreven werkwijze algemeen omschreven. Inspecteurs kunnen op grond van de aangetroffen situatie in een bedrijf afwijken van de hier beschreven werkwijze” .

Toepassingsgebied:

Deze BIM is toepasbaar bij inspecties op het vlak van arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden.
Deze BIM is niet van toepassing op arbeidsmiddelen die op een zodanige manier zijn gedemonteerd of gesloopt, dat zij niet op eenvoudige wijze weer in gebruik genomen kunnen worden.

Wel van toepassing maar niet specifiek uitgewerkt zijn de aanvullende voorschriften:

  • voor bij het laden en lossen van schepen, Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 7, 
afdeling 4 paragraaf 3 

  • voor bouwplaatsen en winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van 
boringen. Zie hiervoor het Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 7 afdelingen 5 en 5a. 


Uitzonderingen kunnen van toepassing zijn op bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers. Zie hiervoor het Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 7 afdeling 6. 
 

1. Zijn de veiligheidsrisico’s van de arbeidsmiddelen ten aanzien van het ontwerp, uitvoering en in gebruik name voldoende beheerst? 

Denk hierbij aan de geschiktheid van het ter beschikking gestelde arbeidsmiddel, de deugdelijkheid van het arbeidsmiddel en de opstelling van het arbeidsmiddel. 

Hulpvragen:

  • Is bij aanschaf van het arbeidsmiddel rekening gehouden met de uit de risico-inventarisatie 
en evaluatie gebleken specifieke kenmerken van de arbeid en het te verwachten gebruik? 

  • Wordt het arbeidsmiddel gebruikt voor het doel, op de wijze en op de plaats waarvoor het is ingericht en bestemd? 
  • Is het arbeidsmiddel geschikt voor de uit te voeren werkzaamheden of zijn er andere en 
betere alternatieven beschikbaar? 

  • Is het arbeidsmiddel opgesteld rekening houdend met de op de arbeidsplaats al bestaande 
gevaren? 

  • Bestaat het arbeidsmiddel uit deugdelijk materiaal en is het arbeidsmiddel deugdelijk 
geconstrueerd? 

  • Is er sprake van gevaar voor instorting, verschuiving, omvallen en/of kantelen? 

  • Zijn de afschermingen van bewegende delen voldoende (doelmatigheid en juiste werking) 
en zijn deze niet op eenvoudige wijze (zonder gereedschap) te verwijderen/demonteren? 

  • Zijn, indien noodzakelijk, bij het arbeidsmiddel de verschillende functies/toepassingen 
aangegeven? 

  • Is bij het arbeidsmiddel de elektrische installatie zodanig ontworpen, ingericht en aangelegd 
dat een veilig gebruik is gewaarborgd, hierbij rekening houdend met 
omgevingsomstandigheden? 

  • Is het arbeidsmiddel voorzien van een herstart of nulspanningsbeveiliging, ingeval ongewild 
opstarten gevaar op kan leveren? 

  • Zijn noodstoppen aanwezig (voldoende aantal en op de juiste plaatsen)? 

  • Is er een gebruikershandleiding bij de machine aanwezig? 


2. Zijn de veiligheidsrisico’s van de arbeidsmiddelen, al dan niet uitgevoerd met een bedieningssyteem, ten aanzien van het gebruik, onderhoud en keuringen voldoende beheerst?

Denk hierbij aan de staat van onderhoud en noodzakelijke keuringen tijdens de gebruiksfase van het arbeidsmiddel opdat een veilig gebruik gewaarborgd is. 

Hulpvragen:

  • Wordt het arbeidsmiddel tijdens de gebruiksduur in een goede staat gehouden?

  • Wordt het onderhoud uitgevoerd door werknemers met een specifieke deskundigheid?
  • Wordt het arbeidsmiddel tijdens onderhouds-, reparatie- of reinigingswerkzaamheden uitgeschakeld en spanningsloos en/of drukloos gemaakt en indien dit niet mogelijk is, zijn er dusdanig andere doeltreffende maatregelen genomen dat de werkzaamheden veilig uitgevoerd kunnen worden?

  • Zijn de bewegende delen voorzien van adequate afschermingen of beveiligingsinrichtingen?
  • Worden beveiligingen aan het arbeidsmiddel niet overbrugd?

  • Is het bedieningssysteem van het arbeidsmiddel veilig?

  • Is het bedieningssyteem duidelijk zichtbaar en herkenbaar?

  • Bevindt het bedieningssysteem zich buiten de gevaarlijke zone van het arbeidsmiddel?

  • Kan het arbeidsmiddel uitsluitend (opnieuw) in werking worden gesteld door een opzettelijk verrichte handeling?

  • Kan het arbeidsmiddel op een veilige wijze worden stopgezet met een daarvoor bestemd bedieningssysteem?

  • Beschikt het arbeidsmiddel indien noodzakelijk over een correct werkende noodstopvoorziening?

  • Heeft er een opleveringskeuring plaatsgevonden bij het arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie?

  • Wordt het arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechtering welke aanleiding kunnen geven tot gevaarlijke situaties, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd en zo nodig beproefd?
  • Worden de keuringen aan de arbeidsmiddelen uitgevoerd door een deskundig persoon?

  • Zijn schriftelijke bewijsstukken van de keuringen aanwezig?

* Voor
doorgaans een keuringsfrequentie van één maal per jaar aangehouden. Deze keuringen dienen schriftelijk te worden bijgehouden. Een stikker plakken mag, maar is niet verplicht. 

3. Zijn de veiligheidsrisico’s van de arbeidsmiddelen ten aanzien van de aanvullende voorschriften voor specifieke arbeidsmiddelen i.h.k.v. het gebruik, onderhoud en keuringen voldoende beheerst?

Denk hierbij aan de uitrusting, de staat van onderhoud en noodzakelijke keuringen tijdens de gebruiksfase van mobiele arbeidsmiddelen en arbeidsmiddelen voor hijsen en heffen.

Hulpvragen:

Mobiele arbeidsmiddelen

  • Zijn de mobiele arbeidsmiddelen waarop één of meer personen kunnen worden vervoerd, zodanig uitgerust dat het gevaar voor personen zoveel mogelijk wordt beperkt? 

  • Zijn bij het mobiele arbeidsmiddel de gevaren van kantelen en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk beperkt? 

  • Zijn mobiele arbeidsmiddelen met een eigen aandrijving voorzien van: 

  • een voorziening om te voorkomen dat zij door onbevoegden in werking worden gesteld;
  • doeltreffende voorzieningen ter beperking van de gevolgen van een eventuele botsing;

  • een rem- en stop inrichting;

  • doeltreffende hulpmiddelen zoals; spiegels, verlichting, brandblussers etc., wanneer de omstandigheden dit vereisen?
  • Worden de mobiele arbeidsmiddelen met een eigen aandrijving bediend door werknemers 
die daartoe een specifieke deskundigheid bezitten? 

  • Is bij het meerijden van werknemers op het mobiele arbeidsmiddel een speciaal daartoe 
ingerichte veilige zitplaats aanwezig? 

  • Zijn er doeltreffende (organisatorische) maatregelen genomen om te voorkomen dat 
werknemers zich bevinden in een werkzone van het mobiele arbeidsmiddel, dan wel zijn er doeltreffende maatregelen genomen om te voorkomen dat zij gewond raken door het mobiele arbeidsmiddel?

Hijs- en hefwerktuigen

  • Is het hijs- of hefwerktuig op of nabij de bedieningsplaats voorzien van een goed leesbare aanduiding die voor elke configuratie van dat werktuig de toegelaten bedrijfslast vermeldt? 

  • Worden er met het arbeidsmiddel dat is bestemd voor het vervoer van goederen geen personen vervoerd en wordt dit verbod ook duidelijk op het arbeidsmiddel kenbaar gemaakt? 

  • Worden er maatregelen genomen zodat er zich geen werknemers onder de hangende lasten kunnen bevinden of begeven? 

  • Worden er maatregelen genomen om te voorkomen dat hijs- en hefwerktuigen evenals hun lasten kunnen kantelen, ongewild in beweging komen of elkaar kunnen raken?

Hijs- en hefmiddelen 


  • Zijn de hijs- en hefmiddelen bestemd voor personen, met zodanige voorzieningen uitgerust dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat; 

  • het hijs- of hefplatform voor personen naar beneden valt;

  • personen van dit platform vallen;

  • personen die het hef- en hijsplatform gebruiken kunnen worden aangestoten, 
bekneld of verpletterd? 

  • Wordt het juiste hijs- en hefgereedschap toegepast? 

  • Is het hijs- en hefgereedschap voorzien van de juiste opschriften? 


Algemeen 


  • Worden de mobiele arbeidsmiddelen, hijs- en hefwerktuigen en/of hijs- en hefmiddelen regelmatig onderhouden en éénmaal per jaar gekeurd?
  • 
Wordt het onderhoud en keuring van deze arbeidsmiddelen uitgevoerd door een deskundig persoon?
  • Zijn bewijsstukken van deze keuring voorhanden?

  

4.      Zijn de veiligheidsrisico’s van de arbeidsmiddelen ten aanzien van de voorschriften voor het gebruik bij tijdelijke werkzaamheden op hoogte voldoende beheerst?

Denk hierbij aan de uitrusting, de staat van onderhoud en noodzakelijke keuringen tijdens de gebruiksfase van ladders, trappen en (rol)steigers.
 

Hulpvragen:

Wordt in het kader van de arbeidshygiënische strategie het meest geschikte arbeidsmiddel toegepast voor de werkzaamheden op hoogte, afgestemd op de aard van de te verrichten werkzaamheden en de voorzienbare belastingen? 


  • Wordt indien noodzakelijk de juiste (collectieve) valbeveiliging toegepast? 

  • Zijn de toegepaste arbeidsmiddelen (hoogwerkers, steigers, ladders en/of trappen) 
voldoende stabiel? 

  • Zijn de toegepaste arbeidsmiddelen (hoogwerkers, steigers, ladders en/of trappen) 
vastgemaakt of geborgd tegen verschuiven, wegglijden en/of omvallen? 

  • Worden de toegepaste arbeidsmiddelen (hoogwerkers, steigers, ladders en/of trappen) 
opgebouwd en gebruikt volgens de bijgeleverde gebruikshandleiding? 

  • Worden de toegepaste arbeidsmiddelen (hoogwerkers, steigers, ladders en/of trappen) 
regelmatig onderhouden en éénmaal per jaar gekeurd? 

  • Wordt het onderhoud en keuring van deze arbeidsmiddelen uitgevoerd door een deskundig 
persoon? 

  • Zijn bewijsstukken van deze keuring voorhanden? 

  • Let op!
Bij het bepalen of machines moeten worden aangepast is de stand der techniek, die is neergelegd in geharmoniseerde normen leidend. 

5. Worden de juiste hulpmiddelen en maatregelen ingezet bij het uitvoeren van de werkzaamheden?

Toelichting: De juistheid van de hulpmiddelen en maatregelen is sterk afhankelijk van de taak en toe te passen arbeidsmiddelen. De hulpmiddelen moeten op de arbeidsplaats voorhanden zijn. Bestaat er twijfel over het soort en aantal hulpmiddelen, dan is het mogelijk het bedrijf een beoordeling te laten uitvoeren in het kader van de RI&E. 

Te denken valt aan:


  • Bij mobiele arbeidsmiddelen: scheiding van verkeer en personen, markering van verkeersroutes, verkeersplan en -regels.

  • Bij hoogte: veilige steiger, werkbordes, stelling, hekwerk, vangnetten, inzet hoogwerker, ladder, lijnen, PBM etc.

  • Bij water: stabiele veilige werkplek en/of PBM met drijfvermogen. 
  • Bij/Aan elektrische installatie: markering zone, afscherming tegen aanraking, spanningloos, isolerend gereedschap, borgen (beperken) hoogte van hijs- en hefapparatuur.

  • Bij nauw geleidende ruimte(besloten): accugereedschap, veilige spanning of scheidingstrafo’s, toezicht etc. 

Voor het originele document van de Inspectie SZW klik HIER.