BEL ME TERUG OF BEL 088 - 2450000 | Contact
Referenties
MB_1.jpgHoogveld_1.jpgDura-vermeer.jpgDJI.jpgBAM.jpgAB.jpgEnexis.jpgLogo Ce-EsterVolvo fabriek Gent IngeniumLogo VDV InspectiesLogo Brandweer TwenteLogo PostNL IngeniumLogo Kaercher IngeniumLogo Spie IngeniumLogo AldiLogo Ministerie van DefensieLogo DamenLogo Deventer ZiekenhuisLogo MennensLogo KentechLogo DAF TrucksDe Keurexpert

Keuren van aggregaten

Ingenium Keuren aggregaten

Keuren aggregaten algemeen

Een aggregaat is een verplaatsbare elektriciteitsopwekker. Bij aggregaten kan er sprake zijn van een geaarde opstelling en een niet geaarde opstelling. Een geaarde opstelling heeft te allen tijde de voorkeur.

Bij een geaard systeem wordt een aardelektrode in de grond geplaatst en verbonden met de aggregaat. Voordat deze wordt ingezet zal uiteraard eerst de aardverspreidingsweerstand moeten worden gemeten. De waarde hangt af van het type aardlekschakelaar op de afgaande groepen. Raadpleeg hiervoor de NEN 1010 en/of de NEN 3140.

Bij mobiele of tijdelijke installaties wordt vaak geen aardpen geslagen. Dit is ook het geval als de bodem dit niet toelaat (bestrating, hoge dichtheid, etc.). In een dergelijke opstelling kunnen geen aardlekschakelaars worden toegepast. 

Aardlekschakelaar

Aggregaten kunnen zijn voorzien van aardlekschakelaars. De NEN 1010 eist dat tijdelijke installaties hiermee uitgerust moeten zijn. Voor aggregaten ≤ 32A  kan een 30 mA aardlekschakelaar worden ingezet, voor aggregaten > 32A dient een 300 mA aardlekschakelaar te worden ingezet. In het laatste geval bij voorkeur een selectieve aardlekschakelaar.

Isolatiebewaking

Als de aarde onvoldoende laag is of er kan op geen andere wijze een aardpen toegepast worden dan is een  isolatiebewakingstoestel verplicht. Deze meet continu of er in de achterliggende installatie (arbeidsmiddel) een onbedoelde verbinding ontstaat tussen de PU (metalen gestel van de aggregaat)  en de overige geleiders (L1, L2, L3, N). Als de weerstand te laag wordt dan schakelt de isolatiebewaker de spanning af.

Kleine aggregaten (< 3kVA) hoeven niet te zijn voorzien van een isolatiebewaking. Dit wordt echter wel aanbevolen. 

Vanuit de NEN 3140 worden de volgende inspectiepunten geëist: 

  • Visuele inspectie;
  • Weerstand beschermingsleiding;
  • Isolatieweerstand;
  • Werking aardlekschakelaar door bediening van de testknop;
  • Aanspreekstroom van de aardlekschakelaar;
  • Aanspreektijd van de aardlekschakelaar.

Visuele inspectie van aggregaten

Bij een aggregaat dienen de volgende punten visueel te worden geïnspecteerd:

  • Er dient een gebruikershandleiding in Nederlandse taal beschikbaar te zijn (geen afkeurpunt).
  • Onderhoudsvoorschriften dienen aanwezig te zijn (staan mogelijk in gebruikershandleiding). Als deze niet op de locatie beschikbaar zijn is dat geen afkeurpunt.
  • Als er een onderhoudslogboek aanwezig is dan dient deze bijgehouden te zijn.
  • Er dient typeplaatje aanwezig te zijn, voorzien van fabrikant, type, serienummer, bouwjaar en gewicht.
  • Op het typeplaatje dient een vermelding te staan van CE-markering, als de aggregaat na 1-1-1995 geproduceerd is.
  • Het toelaatbare vermogen (KVA) dient vermeld te zijn.
  • De elektrische beschermingsklasse dient vermeld te zijn.
  • Het Lwa-geluidsdrukniveau dient aangegeven te zijn op de aggregaat.
  • De afgegeven voltage (spanning) dient aangegeven te zijn.
  • De soort brandstof dient vermeld te zijn.
  • De stickers/pictogrammen met waarschuwingen en/of signaleringstekens moeten zijn aangebracht (spanningsgevaar).
  • De blauwe/pictogrammen op de aggregaat m.b.t. de te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen (gehoor).
  • Hangt bij het arbeidsmiddel een instructiekaart met daarop o.a. de veiligheidsregels m.b.t. het arbeidsmiddel. Dit is geen afkeurpunt.
  • De bedieningsschakelaars/-knoppen dienen gemarkeerd te zijn (o.a. aan/uit, 1/0).
  • Controleer de aggregaat op goede werking arbeidsmiddel (werken alle bedieningsschakelaars en -knoppen).
  • Indien aanwezig dan dient de functie van de noodstopvoorziening beproefd te worden.
  • Er mag geen sprake zijn van ernstige vonkvorming in motor (koolborstels of rotor/collector kunnen versleten zijn!) en tekenen van te hoge temperaturen. 
  • Indien aanwezig dan dient de aardlekschakelaar (≤ 30 mA voor aggregaten ≤ 32A, ≤ 300 mA voor aggregaten > 32A) beproefd te worden m.b.v. de testknop.
  • De aggregaat dient volgens voorschriften geaard te zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van de werkgever en geen afkeurpunt. 
  • Beveiligingen van de aggregaat van zijn de juiste waarde en/of juist ingesteld (m.b.t. temperatuur, stroom, spanning).
  • Controleer of de wandcontactdozen stevig zijn gemonteerd, niet gebarsten en minimaal IP54.
  • Controleer en beproef de invoer van snoeren/kabels in wandcontactdozen (incl. trekontlasting).
  • De isolatie van snoeren/kabels mag niet beschadigd zijn.
  • De aggregaat dient bescherming te bieden tegen aanraking van spanningsvoerende delen.
  • De aggregaat dient bescherming te bieden tegen draaiende delen.
  • De constructie van de aggregaat dient deugdelijk te zijn (geen barsten, breuken en vervormingen, lassen oké, etc.)
  • De aggregaat mag niet vettig, stoffig of ernstig gecorrodeerd zijn.
  • Uitwendige onderdelen van de aggregaat dienen deugdelijk bevestigd te zijn.
  • Ophang-/hijspunten dienen te worden gecontroleerd op corrosie en scheuren. Dit is niet toegestaan.
  • Indien aanwezig dient het koelsysteem (water/lucht) te worden gecontroleerd op lekkage.
  • Controleer het olieniveau en vul deze eventueel aan.
  • De brandstof tank dient te worden gecontroleerd op lekkage en de tank dient afsluitbaar te zijn d.m.v. een tankdop.
  • De uitlaat boven op aggregaat gemonteerd te zijn en deze dient voldoende afgeschermd te zijn.

 

Metingen aan aggregaten

Het uitvoeren van NEN 3140 metingen aan aggregaten kan risicovol zijn. Dit geldt zowel voor de keurmeester als voor de aggregaat.

Weerstand beschermingsleiding

De weerstand beschermingsleiding wordt gemeten tussen het aardpunt van de uitgaande contactdoos en het metalen gestel van de aggregaat. Een handig meetpunt is de aansluiting waaraan de aardelektrode/aardpen wordt bevestigd. Het is aan te raden om gebruik te maken van een verloopkabel van een “Male” 230V welke in het NEN 3140 meetapparaat gaat, naar een “Male” in de variant welke u wilt meten die in de contactdoos van de aggregaat gestoken wordt. 

Voor een 230V aggregaat kan dit een levensgevaarlijke kabel opleveren welke te allen tijde gemarkeerd en achter slot en grendel bewaard moet worden. Wellicht kan het zelfs overwogen worden om in plaats daarvan gebruik te maken van meetpennen.

De weerstand van de beschermingsleiding mag maximaal 0,3 Ω bedragen.

Isolatieweerstand

Bij het meten van de isolatieweerstand raden wij aan om deze met een testspanning van maximaal 250V uit te voeren in plaats van de gebruikelijke 500V meggertest. Dit om beschadiging van elektronische componenten te voorkomen.

Ook bij deze meting kunt u gebruik maken van de in de vorige paragraaf besproken verloopkabel of meetpennen. De isolatieweerstand moet groter dan 1 MΩ bedragen.

Aardlekschakelaar aggregaat

De NEN 3140 eist dat aardlekschakelaars periodiek worden geïnspecteerd. Minimaal de uitschakeltijd en de uitschakelstroom moeten worden gemeten.

De uitschakelstroom, ook wel aanspreekstroom genoemd is de maximale verschilstroom waarbij de aardlekschakelaar uit dient te schakelen. De daadwerkelijke uitschakelstroom ligt tussen de 0,5 en 1 keer de nominale aanspreekstroom van de aardlekschakelaar.

De uitschakeltijd van de aardlekschakelaar hangt af van de grootte van de verschilstroom. Er geldt wel een maximum tijd. 

Verschilstroom Uitschakeltijd

  • t ≤ 300 ms 0,5 x I∆n Geen uitschakeling
  • 1 x I∆n t ≤ 300 ms
  • 2 x I∆n t ≤ 150 ms
  • ≥ 5 x I∆n t ≤ 40 ms

 

Bij het meten van de aanspreekstroom en de aanspreektijd dient de uitgaande stekker van de aardlekschakelaartester op de uitgaande contactdoos van de aggregaat te zijn aangesloten. In de hiernavolgende afbeelding hebben wij getracht de meting te visualiseren:

Bij het meten van de aardlekschakelaar dient de aggregaat in werking te zijn.

Uiteraard kan een aardlekschakelaar ook door de gebruiker worden gecontroleerd d.m.v. de testknop. Er wordt dan een weerstand in het circuit opgenomen waardoor een verschilstroom ontstaat. Deze test dient maandelijks te worden uitgevoerd.

Isolatiebewaking

De isolatiebewaking kan worden gemeten met behulp van een installatietester. Let op dat niet alle installatietesters over deze functie beschikken.

In de praktische cursus keuren elektrische arbeidsmiddelen gevorderden wordt het keuren van aggregaten uitgebreid behandeld. In het cursusmateriaal zijn uitgebreide meetschema's opgenomen. Voor informatie over de cursus klik HIER.