BEL ME TERUG OF BEL 088 - 2450000 | Contact
Referenties
MB_1.jpgHoogveld_1.jpgDura-vermeer.jpgDJI.jpgBAM.jpgAB.jpgEnexis.jpgLogo Ce-EsterVolvo fabriek Gent IngeniumLogo VDV InspectiesLogo Brandweer TwenteLogo PostNL IngeniumLogo Kaercher IngeniumLogo Spie IngeniumLogo AldiLogo Ministerie van DefensieLogo DamenLogo Deventer ZiekenhuisLogo MennensLogo KentechLogo DAF TrucksDe Keurexpert

NEN-EN 60204-1 metingen aan machines

NEN-EN 60204 metingen belicht Ingenium

NEN-EN 60204-1 “Veiligheid van machines – Elektrische uitrusting van machines”

Inleiding

Bij de invoering van de CE-markering is het gebruik van Europese normen enorm in de belangstelling komen te staan. Dit geldt zeker voor de toepassing van de Nederlandse vertaling van de EN 60204.

Een fabrikant van elektrische machines, apparaten en andere elektrische systemen is volledig aansprakelijk voor ongevallen en schades die zich met de door hen ontwikkelde en geproduceerde systemen voordoen! Het technisch constructiedossier en bewijzen in de vorm van testrapporten en meetresultaten kunnen hier eventuele onschuld aantonen. Dit is de enige manier om aan te kunnen tonen dat de defecten niet in uw productie- of montageproces ontstaan zijn maar bijvoorbeeld door aanpassingen van de klant of derden.

In het kader van uw productaansprakelijkheid is het volgen van de voor u relevante Europese richtlijnen niet alleen wettelijk verplicht.

Voor welke machines zijn deze testen van toepassing?

De NEN-EN 60204-1 is van toepassing op alle elektrische laagspanningsinstallaties van en aan machines. Ook besturingskasten horen hier dus bij. Zowel de machine- als de paneelbouwer dient de norm te volgen om een “aantoonbaar vermoeden van overeenstemming met de Europese richtlijn” te garanderen.

Elektrische metingen

In hoofdstuk 18 van de norm staan de verplichte metingen opgesomd, dit zijn:

  • Doorgang van de beschermingsketen / Aardleidingstest (18.2).
  • Hiermee wordt beproefd of alle veiligheidsaardverbindingen goed functioneren. De meting dient tenminste met een teststroom van 10A te worden uitgevoerd. Veelal wordt een hogere teststroom toegepast.
  • Voedingsimpedantiemetingen (18.2).
  • Deze worden uitgevoerd bij plaatsing en in bedrijfstelling van vast opgestelde machines bij de eindgebruiker. Hiermee kan worden vastgesteld of de stroombeveiliging in de voedingskabel van de machine bij een eventueel elektrisch defect op de juiste wijze aanspreekt.
  • Isolatieweerstandtest (18.3).
  • Test de ohmse weerstand van de isolatiebescherming van bedradingen en componenten
  • Spanningsoverslagtest (18.4).
  • Dit is een diëlectrische sterktetest van de isolatie. Deze is dus niet hetzelfde als de isolatieweerstandtest! Wordt uitgevoerd met minimaal 1000 V en een kortsluitvermogen van 500 VA
  • Restspanningstest (18.5). Deze test kan duidelijk maken of er in bepaalde delen van een apparaat of een besturing sprake is van een gevaarlijke spanning (>50 V) die nog aanwezig is op het moment dat de voeding is afgeschakeld.