BEL ME TERUG OF BEL 088 - 2450000 | Contact
Referenties
MB_1.jpgHoogveld_1.jpgDura-vermeer.jpgDJI.jpgBAM.jpgAB.jpgEnexis.jpgLogo Ce-EsterVolvo fabriek Gent IngeniumLogo VDV InspectiesLogo Brandweer TwenteLogo PostNL IngeniumLogo Kaercher IngeniumLogo Spie IngeniumLogo AldiLogo Ministerie van DefensieLogo DamenLogo Deventer ZiekenhuisLogo MennensLogo KentechLogo DAF TrucksDe Keurexpert

Keuren van arbeidsmiddelen: een wettelijke context

Keuren van arbeidsmiddelen: een wettelijke context

WETTELIJKE CONTEXT VAN DE KEURINGEN

Inleiding

Bij het gebruik van elektrische arbeidsmiddelen kunnen gevaren ontstaan voor de gebruikers én voor de omgeving. Door het gebruik van de arbeidsmiddelen gaat de kwaliteit ervan achteruit. Dit als gevolg van slijtage, beschadiging en veroudering. Een ongeval is een mogelijk gevolg. Om die reden is de wetgeving gericht op het waarborgen van de veilige staat van arbeidsmiddelen gedurende de hele gebruiksduur.

Doelvoorschriften

De Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen, die eisen stelt aan het gebruik en onderhoud van arbeidsmiddelen op de werkplek, is in Nederland vervat in het Arbobesluit hoofdstuk 7 (Veiligheid van arbeidsmiddelen en specifieke risico’s). Het Arbobesluit valt onder de Arbeidsomstandighedenwet. De hierin opgenomen eisen gelden zowel voor nieuwe als reeds in gebruik zijnde elektrische arbeidsmiddelen.

Een onderdeel van de wettelijke eisen is het regelmatig inspecteren of keuren van arbeidsmiddelen. Het Arbobesluit, artikel 7.4a, eist dat arbeidsmiddelen periodiek worden gekeurd. Deze keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. 

Keuringseisen risicovol materieel

Voor risicovol materieel, zoals bepaalde typen hijskranen, liften en bepaalde apparatuur onder druk, zijn de keuringseisen gedetailleerd in wetten en normen vastgelegd. Ook voor elektrische arbeidsmiddelen gelden aanvullende voorschriften. Voor deze arbeidsmiddelen worden eisen gesteld aan de keurmeester en de organisatie die de keuringen uitvoert.

Risico-inventarisatie

In beginsel zijn alle eisen die aan arbeidsmiddelen worden gesteld, gebaseerd op artikel 7.3 van het Arbobesluit, 'Geschiktheid arbeidsmiddelen'. Dit artikel verplicht de werkgever arbeidsmiddelen pas te laten gebruiken na een risico-inventarisatie en -evaluatie van de arbeidsomstandigheden inzake het veilige gebruik van het middel, met inachtneming van de gevaren die de werkplek zelf met zich meebrengt. Bovendien wordt verwezen naar de NEN-EN ISO 12100-1 norm (Veiligheid van machines: Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen) die bij die risico-inventarisatie en -evaluatie kan worden gehanteerd.

Europese productrichtlijnen, de Machinerichtlijn en CE-markering

De Europese productrichtlijnen waarin productveiligheidseisen zijn vastgelegd zijn in Nederland geïmplementeerd in de Warenwet. Eén van deze productrichtlijnen is de Machinerichtlijn. Machines die hieraan voldoen, zijn door de fabrikant voorzien van een CE-markering en gaan vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming. Ook voor CE-gemarkeerde machines is een controle nodig. De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat het arbeidsmiddel bij het op de markt brengen aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de gebruiksfase (is sociale wetgeving en opgenomen in het Arbobesluit). Overigens blijft de fabrikant ook verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel volgens het principe van de omgekeerde bewijslast. De fabrikant  dient aan te tonen dat het arbeidsmiddel aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. Bij modificaties door de gebruiker dient zijn werkgever te beoordelen of nog aan de Machinerichtlijn wordt voldaan dan wel wederom hieraan moet gaan voldoen.

Wetgeving Elektrische Arbeidsmiddelen

Op elektrische arbeidsmiddelen is naast CE-richtlijnen verschillende wetgeving van toepassing, onder andere Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 7 (Richtlijn arbeidsmiddelen) en de NEN 3140.

Heeft CE-markering invloed voor u als keurmeester?

Het antwoord daarop is: ja. U komt namelijk machines tegen zonder en met CE-markering. 

Machines met CE-markering

Machines met CE-markering bekijkt u uiteraard kritisch. U bepaalt of alle veiligheidsmaatregelen zoals ze door de fabrikant zijn aangebracht nog functioneren. Let bij elektrische machines onder andere op doorverbonden tweehandsbedieningen en aangebrachte tie-raps op dodemansknoppen. Belangrijk is om te realiseren dat aanpassingen van CE-gemarkeerde machines er voor kan zorgen dat de CE-markering vervalt. U (of de aanpasser) wordt dan juridische gezien als de fabrikant. Dit geldt met name als er door de wijziging nieuwe risico’s ontstaan dan wel dat het beoogde gebruik verandert. Voor het aanvullend beveiligen van een machine geldt dit natuurlijk niet. Hierbij kunt u denken aan een aan te brengen afschermkap. Let er wel dat de aangebrachte afscherming geen nieuwe risico’s introduceert.

Oudere machines zonder CE-markering

Machines van voor de invoering van de CE-markering dienen tenminste te voldoen aan de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen. Dit minimale veiligheidsniveau (vangnet) is opgenomen in ons Arbeidsomstandighedenbesluit. Aanpassingen komen meestal neer op het aanbrengen van ontbrekende afschermingen, noodstoppen en bedieningselementen.

Risico-reductie

Op basis van de risicobeoordeling kunnen de definitieve veiligheidsmaatregelen voor oudere machines worden vastgesteld. Hiervoor wordt de arbeid hygiënische strategie toegepast:

1 Risico’s vermijden/aanpak bij de bron (toepassen minimale veiligheidsafstanden, vermijden scherpe delen, etc).

2 Bepalingen ter voorkoming of beperking van gevaren (afschermingen, etc.).

3 Vermindering blootstelling (verhogen betrouwbaarheid, onderhoudsplaatsen buiten risico omgeving, etc.).

4 Bepalen arbeidsbescherming (persoonlijke beschermingsmiddelen, pictogrammen, akoestische signalering, etc).

5 Voorlichting en instructies (bedieningsinstructies, training, etc.).

Richtlijn Arbeidsmiddelen/Arbobesluit

Europese lidstaten hebben de verplichting om in Europa vastgestelde richtlijnen op te nemen in de Nationale wetgeving. De Europese Richtlijn arbeidsmiddelen vormt een verlengstuk van de Machinerichtlijn en is van toepassing op de eigenaar/gebruiker van de arbeidsmiddelen (werkgever). De Machinerichtlijn is van toepassing op de producent. In de Richtlijn Arbeidsmiddelen worden eisen gesteld aan alle fasen van de levenscyclus van het arbeidsmiddel:

  • Transport;
  • Installatie en afstelling;
  • Gebruik, instellen;
  • In werking zijn, keuring en onderhoud;
  • Buiten gebruik stellen, sloop en verwijdering.

 

De belangrijkste artikelen zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Dit hoofdstuk heeft de titel: Arbeidsmiddelen en specifieke risico’s.

Het Arbobesluit artikel 7.4 “Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen” beschrijft dat een arbeidsmiddel zodanig is geplaatst of ingericht dat het gevaar van verschuiven, omvallen, kantelen, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit zoveel mogelijk is voorkomen.  Dit is lastig te interpreteren. Vooral omdat beschreven wordt dat het elektrische risico zoveel moet worden voorkomen….

NEN 3140

Tot eind 2011 waren de Arbobeleidsregels van kracht. Deze beschreven de door de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) gehanteerde regels. Een van die beleidsregels schreef de NEN 3140 voor als minimale verplichting. Er was toen een directe link tussen de Arbowet. Onder Europese druk is deze verplichting komen te vervallen. De Arbobeleidsregels zijn vervangen door Arbocatalogi. De door diverse branches en bedrijven opgestelde Arbo catalogi beschrijven hoe omgegaan dient te worden met de veiligheid van arbeidsmiddelen. De Arbobeleidsregels beschrijven op welke wijze de Arbeidsinspectie de geldende wetgeving interpreteert en dus ook handhaaft. Dit worden ook wel minimale beschermingsniveaus genoemd. Een werkgever mag dus ook een andere vergelijkbare norm, bijvoorbeeld een Duitse of Amerikaanse norm hanteren. Uitgangspunt is dat minimaal een gelijk veiligheidsniveau wordt bereikt. In alle Arbo catalogi wordt voor wat betreft elektrische veiligheid verwezen naar de NEN 3140. 

In de norm NEN 3140 is vastgelegd dat elektrische arbeidsmiddelen regelmatig geïnspecteerd dienen te worden. 

Aan deze inspectie worden de volgende eisen gesteld:

  • Een visuele controle;
  • Een controle door meting of beproeving;
  • Een registratie moet worden bijgehouden;
  • De inspectie moet aantoonbaar zijn;
  • Voor de gebruiker moet duidelijk zijn dat het te gebruiken gereedschap veilig is. 

 

Handhaving wet en regelgeving

De handhaving van de wetgeving voor elektrische arbeidsmiddelen ligt bij de Inspectie SZW (voorheen: Arbeidsinspectie). Tijdens reguliere inspectiebezoeken en tijdens onderzoeken naar aanleiding van ongevallen kan de machineveiligheid en elektrische veiligheid worden meegenomen in de onderzoeken. Naar aanleiding van overtredingen heeft de Inspectie SZW de bevoegdheid om boetes op te leggen.

Actualiteit wet en regelgeving

Als keurmeester dient u op de hoogte te zijn van de actuele wet- en regelgeving. Dit kunt u bijhouden door middel van de Staatscourant, de site van het Nederlands Normalisatie Instituut (www.nen.nl) of de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (www.arboportaal.nl).

Voor meer informatie over onze diverse keurmeester cursussen klik HIER.

© Ingenium B.V.